Iedereen communiceert anders. Wat de één nodig heeft om zich gehoord en begrepen te voelen, kan voor een ander minder goed werken. Deze werkvorm is ontwikkeld in samenwerking met een ervaringsdeskundige. Haar ervaringen en inzichten zijn verwerkt in de fictieve casus van Tom. Aan de hand van deze casus onderzoek je wat kan helpen om beter aan te sluiten bij wat een patiënt nodig heeft.
Deze werkvorm is ontwikkeld in samenwerking met een ervaringsdeskundige.
Werkvorm
Doel
Samen onderzoeken hoe je als zorgprofessional kunt aansluiten bij wat een patiënt nodig heeft. Deelnemers leren van het perspectief van een ervaringsdeskundige én van elkaar.
Tijdsindicatie
± 50 minuten (afhankelijk van voorbereiding en tijdsbewaking)
Voorbereiding
Een netwerklid neemt de werkvorm door en zorgt dat de benodigdheden aanwezig zijn.
Benodigdheden
- Casus Tom wil zelfstandig wonen (zie hieronder)
- Fysiek: flap-over of groot vel papier en stiften.
- Online: gedeeld document of digitaal whiteboard.
Stappenplan
Stap 1: Het verhaal van Tom (5 min)
Lees individueel de casus rustig door. Sta tijdens het lezen stil bij situaties die je herkent uit je eigen praktijk.
Stap 2: Aansluiten in de praktijk (20 min)
In de casus zijn ervaringen en inzichten van een ervaringsdeskundige verwerkt over wat kan helpen in het contact met hulpverleners.
Bespreek gezamenlijk. Ga bij een grotere groep eventueel uiteen in kleinere groepen:
- Welke uitspraken van Tom herken je uit je eigen praktijk?
- Welke uitspraken zetten je aan het denken, en waarom?
- Hoe ga jij na of een patiënt uitleg en gemaakte afspraken echt heeft begrepen?
- Wanneer helpt praten en wanneer helpt het om samen iets te doen, oefenen of ervaren?
Noteer de belangrijkste inzichten.
Stap 3: Samen beslissen (15 min)
Tom wil graag zelfstandig wonen. Zijn moeder maakt zich zorgen, terwijl de begeleiders juist
mogelijkheden zien. Bespreek gezamenlijk:
- Wat zou je in dit gesprek kunnen doen om beter aan te sluiten bij Tom?
- Hoe zorg je ervoor dat Toms wensen en mogelijkheden centraal staan, terwijl je ook zijn moeder en begeleiders betrekt?
- Hoe kan samen beslissen in deze situatie vorm krijgen?
Stap 4: Eindopbrengst (10 minuten)
Noteer voor jezelf en deel kort met de groep:
- Wat ga jij de komende weken bewuster doen om aan te sluiten bij wat een patiënt nodig heeft?
Casus: Tom wil zelfstandig wonen
Tom is een fictief persoon. De casus is ontwikkeld met input van een ervaringsdeskundige en bevat ervaringen en inzichten uit de praktijk.
Situatie
Tom van Delden, 45 jaar, woont in een groep. Tom voelt zich prettig in de groep en heeft veel vrienden. Zijn begeleiders zien dat Tom veel zelf kan. Hij wil graag zelfstandig wonen. Zijn moeder vindt het een spannend idee en houdt Tom tegen. Zij is bang dat Tom gepest wordt of dat hij onvoldoende zelfredzaam zal zijn.
Tom heeft een licht verstandelijke beperking (LVB). Hij heeft ook klassiek autisme en een dwangstoornis (OCS). Hierdoor heeft hij veel paniekaanvallen en hyperventilatie. Daarnaast heeft hij een braakfobie.
Tijdens een gesprek met de psycholoog vertelt Tom dat hij graag zelfstandig wil wonen. Zijn moeder vertelt vooral waarom dat volgens haar niet kan. Tom zegt daarna weinig meer.
Wat Tom belangrijk vindt
Tom vertelt wat voor hem helpt in het contact met een hulpverlener.
- Tom vindt het belangrijk dat er wordt gekeken naar wat hij wél kan en welke stappen mogelijk zijn. Hij wil graag dat een hulpverlener naast hem staat en hem als gelijkwaardig behandelt.
- Het contact mag best een beetje informeel zijn. Dat helpt hem om zich op zijn gemak te voelen.
- Tom praat graag over wat hem bezighoudt. Lange teksten vindt hij lastiger. Rustige uitleg en kort opgeschreven afspraken helpen hem.
- Op de vraag ‘Snap je het?’ zegt Tom soms ‘ja’, ook als hij iets niet helemaal begrijpt. Daarom helpt het als een hulpverlener dit controleert, bijvoorbeeld door te vragen: ‘Kun je in je eigen woorden vertellen wat we hebben afgesproken?’ Zie ook de terugvraagmethode.
- ‘Praten doen we veel te veel, we moeten doen.’ Samen iets doen helpt Tom vaak meer dan alleen praten. Bijvoorbeeld samen naar de supermarkt gaan en daar oefenen met situaties die hij spannend vindt.
- Tom wil graag weten waarom bepaalde afspraken of grenzen er zijn. Verschillen tussen hulpverleners kunnen daarin verwarrend zijn.
- Zijn moeder en begeleiders kunnen belangrijke informatie geven. Tegelijkertijd wil Tom zelf de ruimte krijgen om te vertellen wat hij wil.
Verder aan de slag
Wil je je verder verdiepen in het herkennen van een laag IQ en het aansluiten bij wat een patiënt nodig heeft? Of wil je meer weten over hoe je werkvormen kunt inzetten om samen te leren?